Internationale rol voor ihlia

Ihlia is het grootste homo/lesbische documentatiecentrum in Europa. Dankzij een goede databank en homo/lesbospecifieke onderwerpontsluiting, de ‘Homosaurus’, heeft Ihlia wereldwijd de meest toegankelijke collectie. Ihlia beheert archieven van internationale organisaties en via haar website is de collectie wereldwijd te raadplegen.
Maar het potentieel van Ihlia kan veel verder reiken, zo is er tot nu toe weinig samenwerking met buitenlandse homo/lesbische organisaties. Hoe kan Ihlia haar eigen internationale positie versterken en tegelijk bijdragen aan ondersteuning van buitenlandse homo/lesbische bewegingen? Janherman Veenker, actief in de ILGA (International Lesbian and Gay Association) in de eerste tien jaar van haar bestaan, en programmacoördinator Stop Aids Now, dat gericht is op bestrijding hiv/aids in ontwikkelingslanden, doet een voorzet voor de toekomst.

Tekst: Janherman Veenker
 
Is er nog sprake van een lesbische en homobeweging, waartoe nu ook biseksualiteit en transgender (GLBT) gerekend worden? Er is nauwelijks een duidelijke kern aanwijsbaar. Er zijn grote verschillen in institutionalisering, in politieke visie en in culturele positionering, wereldwijd, maar ook lokaal. En soms beweegt er ogenschijnlijk niet zoveel, zoals nu in Nederland.
 
Maar toch: al meer dan een eeuw is er een ontwikkeling aan de gang wat betreft seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het is een gestuurde ontwikkeling waar mensen doelbewust en georganiseerd aan werken, een historisch project zou ik het willen noemen. Ik zie het als een emancipatieproject (van generaties), alle kritiek op het begrip emancipatie ten spijt. En ik zou het doel van dit project nu zo formuleren: vrije beleving, vrije vormgeving, volledige toegang tot maatschappelijke instituties en publieke dienstverlening.
Het is meteen duidelijk dat dit emancipatieproject wereldwijd allesbehalve is voltooid. Geweld, rechteloosheid en maatschappelijk isolement zijn eerder regel dan uitzondering. Hier en daar, zoals in Nederland, ziet het er zo goed uit dat zelfgenoegzaamheid dreigt en solidariteit achterhaald lijkt. Een instrumentele benadering lijkt voldoende: gericht onderzoek, doelgroepenbenadering, onderwijsmateriaal. Maar zelfs hier betwijfel ik of seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht de culturele inferioriteit voldoende voorbij is. Ihlia documenteert de homo- en lesbische emancipatie niet naderhand, maar tijdens een nog niet gewonnen strijd.

 

Gat
Het Nederlandse emancipatieproject heeft inmiddels een rijke geschiedenis, vol heldendaden, mijlpalen en de keerzijde daarvan: dieptepunten en machteloosheid. Het is geen hopeloos project gebleken. Wij kunnen moed putten uit het verleden en wij kunnen leren van onze voorgangers. En wij hebben misschien ook iets te vertellen, want zo slecht hebben we het tot nu toe niet gedaan. Ihlia zou het heel goed als zijn taak kunnen zien om historische momenten van de Nederlandse homo- en lesbische emancipatie nationaal en internationaal bekend te houden: kerndocumenten in een Nederlandse en Engelse versie; voorzien van een betrouwbare, adequate historische toelichting; goed passend beeldmateriaal; tegen vergoeding te downloaden. Mijn verwachting is dat daarmee internationaal gezien een gat gevuld wordt, waar nu Noord-Amerikaans materiaal opvallend overheerst. En door tweetalig te werken slaat Ihlia nog een tweede slag, want datzelfde gat bestaat in Nederland eigenlijk ook.

 

Kansen
Wereldwijd zijn momenteel vooral de niet-Westerse landen interessant, omdat daar de laatste tien, vijftien jaar tegen alle verdrukking in steeds meer homo-en lesbische zelforganisatie ontstaat. De culturele achtergrond is anders, de maatschappelijke context is anders, historische wortels zijn vaak ook anders. Het enige wat hetzelfde is, is de inferieure positie van seksualiteit tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het doel lijkt mij dan ook hetzelfde als dat van de eerder opgekomen beweging in het westen. Deze opkomende zelforganisatie vraagt en krijgt internationale steun.
Ik ben onder de indruk van het werk van de International Gay and Lesbian Human Rights Commission (IGLHRC), van Amnesty International en van het Nederlandse Hivos. De eerste twee steunen en coördineren actie; de laatste financiert (als een van de eerste organisaties voor ontwikkelingssamenwerking).

Rol IHLIA
Kan Ihlia daar nog iets aan toevoegen? Ik denk het wel. Ook een jonge organisatie heeft een verhaal te vertellen. Actiegerichte websites voorzien daar slechts gedeeltelijk in. Ihlia zou GLBT zelforganisaties eigen webpagina’s kunnen bieden, met de daarbij benodigde technische ondersteuning. De hele wereld krijgt dan een goed bekende, centrale plaats waar informatie over GLBT-zelforganisaties kan worden gevonden.
Jonge organisaties zelf krijgen zo een internationaal podium met een behoorlijke kans dat er ook werkelijk regelmatig iemand kijkt en luistert. Er zal daarnaast behoefte zijn aan informatie die voor de organisatieopbouw van belang is, in de eerste plaats over internationale subsidiemogelijkheden, zoals programma’s van de Europese gemeenschap. Er komt ook steeds meer achtergrondmateriaal over GLBT in de derde wereld: artikelen, onderzoeken. Ihlia kan dit materiaal actief verzamelen en via zijn website toegankelijk maken. Ihlia’s internationale rol kan kortom in twee richtingen worden ontwikkeld. Enerzijds dienstverlening aan jonge zelforganisaties in niet-Westerse landen en Oost-Europa; anderzijds toegankelijke presentatie van capita selecta uit de Nederlandse GLBTgeschiedenis aan een internationaal publiek. Zou de tijd, en niet in de laatste plaats Ihlia zelf, daar rijp voor zijn?