|
Dr. Anna Tijsseling
Boris Dittrich
|
Wie kan ik nog vertrouwen? | Homoseksueel in nazi-Duitsland en Nederland Wie kan ik nog vertrouwen is de eerste tentoonstelling die geheel gewijd is aan de vervolging en het verzet van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen onder de nazi's en de Duitse bezetting tussen 1933 en 1945. De expositie schetste met persoonlijke getuigenissen en uniek beeldmateriaal een beklemmend beeld van het politieke en maatschappelijke klimaat waarin deze mannen en vrouwen zich staande probeerden te houden. Een terugblik die ook vraagtekens plaatste bij de tegenwoordige tijd: kunnen homoseksuele mannen en vrouwen blijven vertrouwen op de recent veroverde positie en rechtsbescherming? De leidraad voor de expositie vormden de existentiële vragen die men zich moest stellen: moet ik aan mijn verlangen toegeven of houd ik mij stil? Waarom word ik door de één gesteund en verraden door de ander? Wie kan ik nog vertrouwen? Respect en moed, identiteit en individualiteit, vertrouwen en verdraagzaamheid zijn de onderliggende thema's van de tentoonstelling. Meer informatie is te vinden op de speciale website van de tentoonstelling. Hieronder kunt u nog een glimp opvangen van de expositie. Kunt u het filmpje niet zien? Klik hier om naar de site van YouTube te gaan. Tekst gaat door onder het filmpje. Opening Op bevrijdingsdag (woensdag 5 mei) werd de tentoonstelling geopend door Lonneke van den Hoonaard, directeur IHLIA. Behalve zij spraken ook dr. Anna Tijsseling en Boris Dittrich. Klik hier voor enkele foto's die gemaakt zijn tijdens de opening. Ook heeft MVS Media een filmpje gemaakt over de opening. Kunt u het filmpje niet zien? Klik hier om naar de site van YouTube te gaan. Tekst gaat door onder het filmpje. Dr. Anna Tijsseling heeft een proefschrift, Schuldige seks: Homoseksuele zedendelicten rondom de Duitse bezettingstijd, geschreven en is daar in december 2009 op gepromoveerd. De centrale stelling is dat "niet de bezetting, maar de bevrijding een omwenteling in de antihomoseksuele strafvervolging" betekende. Voor haar onderzoek heeft ze gebruik gemaakt van niet eerder geraadpleegd materiaal uit het Haagse rechtbankarchief. Ondanks het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek, ontstond vanaf de jaren zeventig een dominant beeld van de bezettingstijd als een uiterst repressieve periode voor homoseksuelen. De beschikbare gegevens wijzen echter op een tegengestelde trend. Zo weerspiegelen de Nederlandse criminele statistieken juist een stagnatie in het aantal strafzaken tegen verdachten van homoseksuele zedenzaken tijdens de jaren van bezetting. Dat laat zien dat de Duitse machthebber geen vat kreeg op de ingeburgerde gedachten over homoseksualiteit tijdens de bezettingstijd. Homoseksuelen konden tijdens de bezetting relatief een rustig leven leiden, mits ze zich niet schuldig maakten aan seksuele handelingen met minderjarigen. Dat toch het tegenovergestelde beeld is ontstaan, komt volgens Tijsseling "door de homo-emancipatiebeweging die deze fictie in het leven heeft geroepen". Dit om homoseksuelen erkend te krijgen als slachtoffergroep van de oorlog. Alleen met zo’n erkenning zouden vervolgde homo’s in aanmerking kunnen komen voor schadevergoeding. Boris Dittrich is jurist en was tot 2006 Tweede Kamerlid voor D66, maar is nu werkzaam als advocacy director seksuele minderheden voor de organisatie Human Rights Watch in New York. Namens deze mensenrechtenorganisatie reist hij over de wereld en bespreekt de situatie van homoseksuelen in allerlei landen. Over deze reizen heeft hij een boek geschreven, Elke Liefde Telt, waarin hij ons een kijkje gunt in de keuken van de internationale politiek. Hij beschrijft hoe hij bij machtshebbers pleit voor voor de rechten van seksuele minderheden en hoe zijn ontmoetingen verlopen met hoge politici, staatsleiders, leden van de VN, vervolgde en opgejaagde transseksuelen en homomannen, homoactivisten, verkrachte lesbiennes, raamambtenaren en journalisten.
|