Tjitske Payens: Bij het zien van hoeren


 

 

.................................................

//FICTIEVROUWEN//
Bij het zien van hoeren

Tjitske Payens
Amsterdam: uitgeverij An Dekker, 1992
ISBN: 9050711154

Recensie: Connie van Gils

.................................................

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Los, leg dich hin!
Ich glaub ich liebe dich

Uit een oude doos op zolder viste ik Bij het zien van hoeren van Tjitske Payens. Tjitske Payens.., wie was dat ook alweer? Speurwerk bracht aan het licht dat Payens twee boeken heeft geschreven, waarvan dit laatste uit 1992 stamt, en daarna niets meer. Naar het waarom daarvan kunnen we alleen maar gissen, maar gebrek aan talent is het niet geweest.

Bij het zien van hoeren is een van de magnifiekste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen; sexy, slim, grappig, moedig, opmerkelijk, mooi, origineel,  oorspronkelijk, ijselijk en prachtig van taal. Payens is koningin van de dialoog en keizerin van verbeelde prozaïsche verlangens. Bij het zien van hoeren is een verhaal overlopend van hoerenhumor, hoerenwijsheid, nuchterheid, de harde aanpak en gansjesverdriet.

Emotioneel moet het een tour de force zijn geweest om dit boek te volbrengen, want het is nergens en in niets vrijblijvend.

In het kort het plot:

Lex is zojuist afgestudeerd in de Taalwetenschappen en weet niet wat ze nu verder moet. Ze werkt sinds enige weken als postbesteller in Amsterdam, maar is in deze functie nog niet opgevallen bij haar superieuren als iemand die mogelijk meer in haar mars heeft.

Tijdens haar werk ziet ze op een dag aan de overkant van de gracht een blonde vrouw op hakken lopen, "gekleed in een rode jurk die strak als cellofaan om haar billen spant." Deze vrouw biologeert haar dermate dat ze haar volgt. Ze ontdekt dat de vrouw, 'Chou', baas is van een hoerenkast. Daarop besluit ze journalist te worden en een artikel te gaan schrijven over de business, in de hoop zo in contact met haar te komen. Ze weet zich bij een reuzin van een portier binnen te praten in het bordeel, maar het interview loopt niet helemaal naar wens. Chou ontmaskert haar in no-time als een amateur. "Je wil met me naar bed," concludeert ze droog. Lex eet liever haar sok op, dan dat ze dat toegeeft. Ze wil juist méér dan dat.

Ze besluit auteur te worden en een roman te gaan schrijven die zich afspeelt in een bordeel. Hiervoor heeft ze de medewerking nodig van 'haar' Chou. Ze moet en zal haar doorgronden, leren kennen, het mysterie Chou ontrafelen, ze wil een kijkje in de hoerenkeuken, weten wat Chou achter de deuren doet met anderen. Avond aan avond zit ze daarom aan de bar van het huis van plezier te wachten op Chou, in de hoop deze even tijd voor haar maakt. Ze heeft geen oog voor de andere vrouwen. Ze stuurt Chou de fictie die ze schrijft, teksten die deze op geheel eigen wijze interpreteert en bewaarheidt. Chou heeft ondertussen haar eigen agenda met Lex, want ze kampt met een nijpend personeelstekort.

Jetzt gehts los.

In de loop van de weken leren we via het gansje Lex een wereld kennen waarin wensen, verlangens, driften en dromen duur betaald moeten worden en dan nog maar halfslachtig vervuld worden. Begeerte is handel, maar verliefde vrouwen, koppig en tot alles bereid als ze zijn, zijn aas voor de gieren. Een meedogenloze les, waar Lex maar geen genoeg van lijkt te krijgen.

In dit boek komt geen enkel mannelijk of heteroseksueel personage voor.